donderdag 21 januari 2016

Eén Golem, twee gezichten

Twee gezichten

Zaterdag 30 januari vindt in de Groninger Synagoge het mini Golem Festival plaats: twee voorstellingen over één Golem. Wat dit festival zo bijzonder maakt is dat beide theatermakers (Gottfrid van Eck & Marcel van der Pol) hetzelfde onderwerp zo'n totale invulling hebben gegeven. In de ene voorstelling is de Golem een angstwekkende figuur, symbool zelfs voor de existentiële angsten die wij als mensen hebben. In de andere voorstelling is de Golem een zoekend wezen, dat er verlangt mens te zijn.

Naast dat de Golem een intrigerend onderwerp is voor uiteenlopende voorstellingen, boeken, films, muziekstukken etc, is de Golem voor mij hierdoor tevens het symbool geworden hoe verschillend mensen op basis van dezelfde gegevens naar de wereld kunnen kijken en vervolgens hoe zij bijna volledig de visie van de ander uitsluitend hun eigen werkelijkheden creëren. Zoals ik de wereld zie, is waar. Zoals jij de wereld ziet, is onzin. Narratief constructivisme, noem ik dat.

De kleiman

Wie is echter deze Golem. Wat is zijn èchte verhaal? Er is een verhaal dat zegt, dat om de aarde te scheppen, G-d eerst 999 try-outs heeft gedaan, voordat hij genoeg tevreden was om Zijn 1000ste schepping als première te kunnen presenteren. Adam begon daarin als een vormloze klomp, door G-d in menselijke vormen gekneed en van levensadem voorzien.  Het verhaal van de mensheid was begonnen.

Sindsdien hebben vele mensen geprobeerd deze schepping te evenaren. Slechts  degenen die zo dicht bij Hem stonden, dat zij de juiste wijsheid en macht hadden ontvangen, slaagden er in. De bekendste onder hen is waarschijnlijk de Praagse Rabbi Juda Löw ben Betsabel (16de eeuw). Toen de nood van zijn volk groot was, creëerde Rabbi Löw, met hulp van zijn geliefde schoonzoon en zijn favoriete leerling, een menselijk wezen uit aarde (klei) en water (rivier). Hij voorzag het wezen levensadem (lucht) om het vuur van zijn persona aan te wekken en aan te wakkeren. Navolgers van Rabbi Löw hebben, als zij zijn wijsheid en macht niet bezaten, compensatie gezocht in heersende wetenschappelijke theorieën en technieken. Velen hebben het geprobeerd, slechts weinigen zijn geslaagd.

Allen hebben de kleiman, de golem, tot leven willen roepen omdat ze hem nodig hadden. Tegelijkertijd hebben ze allemaal ook een veiligheidsklep willen inbouwen, dat als een golem om welke reden dan ook niet aanstuurbaar en onbeheersbaar was geworden, zij hem ook weer konden deactiveren, terug veranderen in een levenloos stuk klei. Het verhaal gaat, dat zelfs G-d zich wel eens afvraagt wat hij heeft losgemaakt toen hij Adam tot leven wekte...

Stel dat er in de rijke geschiedenis van mens en golem er ooit een Meester geleefd, die om zijn volk te beschermen een golem tot leven riep. Deze Meester brengt aarde, water, lucht en vuur bij elkaar en noemt de tot leven gewekte kleiman: Golem.

“Ik heb je nodig”, zegt hij tot zijn maaksel. “Praten alleen is niet meer genoeg. We krijgen opeens de schuld van alles wat niet goed gaat in de wereld. Ze schreeuwen om wraak. Ze willen bloed zien! Golem, bescherm ons. Ga met je machtige gestalte tussen hen en ons in staan. Wees een niet te passeren schild tegen hun moordlust! En zorg dat het meisje veilig en wel terugkomt. Opdat er weer rust komt. Opdat woorden weer voldoende zijn.”
Golem buigt het hoofd, gaat heen en doet wat hem is gevraagd. Wat zal de Meester ondertussen denken: de macht van het woord is onvoldoende gebleken? Nu moest ik wel met het woord de daad creëren? Maar kan ik mijn maaksel wel onder controle houden? Ontsnapt het niet aan mijn greep? En wat dan? Oh, heb ik niet, terwijl ik het goede wilde, teveel gevraagd en een onbeheersbare (kwade?) macht over de wereld afgeroepen? Hoe kan ik in hemelsnaam, als het nodig is, Golem weer deactiveren... eh... heet dat doodmaken... of mag ik inslapen noemen?


het einde....?

Golem heeft ondertussen echter geproefd van het leven. Hij is toegejuicht. Mensen zijn hem dankbaar. Ze zijn vriendelijk en aardig tegen hem. Ze roepen herhaaldelijk zijn hulp en bescherming in. Als het nodig is, wordt hij gevreesd. Waarom zou hij terug moeten naar het vormloze niets? Hij wil dat helemaal niet! Hij wil leven. Hij wil liefhebben. Hij heeft meisje, zo mooi als de sterren, ontdekt. Hij is nog lang niet klaar in het leven.

Elk golem-verhaal eindigt dat de door de mens gecreëerde mens probeert te ontsnappen aan zijn meester. Hij heeft het leven geproefd. Hij ontdekt zijn eigen vermogens, die meer zijn dan de mensen om hem heen. Hij is echter een mens zonder geschiedenis, zonder opvoeding, zonder lering. Nooit heeft hij geleerd in het complexe spel van de menselijke verwachtingen adequaat te acteren. Zonder sturing, vinden al zijn meesters, is hij een ongeleid en uiterst gevaarlijk en angstwekkend projectiel.
Hoeveel strijd er ook aan vooraf gaat, de meesters slagen er uiteindelijk altijd weer in om de kleiman te deactiveren: aarde tot aarde, stof tot stof...


...of niet? 

Ik heb mij altijd afgevraagd, wat ik zou vinden, als ik mij in de Golem zou verplaatsen. Zou ik dan in plaats van de weerzinwekkende monster een zoekend wezen ontmoeten dat probeert zijn eigen plek in de wereld te vinden? Stel dat hij geen genoegen neemt met deze gang van zaken. 

Hij weet te ontsnappen aan het deactiveringsproces en duikt onder in het leven. Hij wordt een speelbal van verwachtingen. Golem, de grote beschermer! Golem, de minnaar. Golem, de buitenstaander. Golem, het onmenselijke ‘beest’. Golem...
Een echte kleiman kan niet sterven. Een golem blijft actief tot op de juiste wijze hem de levensadem wordt ontnomen. Stel nu dat Golem onder ons leeft... nog steeds... Zou hij dan zijn plek in de wereld inmiddels hebben gevonden? Waar hoort hij thuis? Waar is voor hem ‘hier’ en waar ‘de overkant’.


Mini Golem Festival

Meer weten over hoe het Golem vergaat? Over Golem is door Marcel van der Pol een novelle geschreven en een theatervoorstelling gemaakt: “Is hier de overkant?” Zaterdag 30 januari 2016 Synagoge Groningen ontmoet deze Golem die andere, ... met dat andere gezicht, dat andere verhaal omlijst met life muziek (Gottfrid van Eck & De Wilde Eend).

Welkom! Meer weten? & Kaartverkoop, volg de link.

maandag 4 januari 2016

Whodunnit-denkramen: het verschil in 2016

In het reclamefilmpje "Whodunnit" wordt in een Agatha Christie-achtige setting helder verbeeld dat we vaak dènken dat we scherpe, objectieve waarnemers zijn, terwijl we desondanks véél (in dit geval ruim 20!) clues missen om een situatie ècht goed in te kunnen schatten. We zien wat we willen zien. We negeren wat we denken dat niet belangrijk is (Whodunnit: wat iemand zegt is toch veel belangrijk dan hoe iemand er bijvoorbeeld uit ziet of wat iemand vasthoudt?).

Een relatief kleine verschuiving van perspectief (een tweede camera) laat zien wat we in het filmpje allemaal hebben gemist. Tijdens de opnames hebben ze in het decor vrijwel alles buiten het zicht van de hoofdcamera veranderd. De tweede camera toont de veranderingen zelf. De hoofdcamera laat alleen het resultaat zien. Verschillen voor en na worden gemakkelijk over het hoofd gezien omdat we gefocust zijn op het verhaal: een whodunnit, waarin we met de detective mee proberen te denken om de moordenaar te kunnen ontmaskeren. Dan moet je weten welke cues wèl en welke níet belangrijk zijn. Focussen dus! Selecteren. Negeren. Dwingend Denkraam handhaven.

Het boeiende van de Agatha Christie-verhalen vind ik altijd, dat de schrijfster je steeds weer op een andere been zet, zodat je nooit weet wat hoofdzaak of bijzaak is. Je krijgt veel teveel feiten en hineininterpretierungen voorgeschoteld om te kunnen onthouden en duiden. Je moet wel mee met het verhaal zoals deze zich voor je ontrolt. Sommige verhalen zijn ook zo spannend dat je erin mee wordt gezogen. Je vertrouwt wat dat aangaat de schrijver maar: in ieder geval op de láátste pagina zul je ontdekken wie 'het' heeft gedaan. Alleen bekruipt je na afloop dan wel vaak de gedachte: wat heb ik heb ik gemist; waar had ik het al kunnen weten of tenminste vermoeden?

De schrijver speelt met ons: met onze waarnemingen, onze interpretaties en onze fantasie. We worden op een aangename wijze bedonderd. Dat is ook de bedoeling van de schrijver. De belangrijkste techniek die de schrijver ter beschikking heeft heet "framing". De schrijver bepaalt het kader (frame) waardoor wij naar de werkelijkheid kijken. Binnen Zelfregie 3.3 heet zo'n frame een denkraam.

Niet alleen romanschrijvers hanteren een denkraam om hun verhaal te sturen en te bepalen welk deel van de werkelijkheid voor de lezer aandacht krijgt. Eigenlijk is iedereen een "schrijver" van zijn eigen werkelijkheid. De werkelijkheid rondom is veel te veel omvattend om allemaal te kunnen waarnemen en te duiden. Je moet wel framen, focussen en selecteren wil jij er enigszins 'chocola van maken'; dan pas kun je een samenhangend, begrijpelijk verhaal van jouwe werkelijkheid maken. Dat gaat voor mij op, voor jou, voor ons allemaal. Het grote verschil kun je maken door te accepteren, dat jouw versie van de werkelijkheid beperkt is en dat je kunt switchen van camera. Jijzelf kunt kiezen om door een ander denkraam naar de wereld te kijken. Wat zie je nu opeens, wat je eerst had gemist? Verandert jouw verhaal door een gewijzigd perspectief? Is je werkelijkheid verandert? Zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan?

Speel je met verschillende 'camera's' om jouw werkelijkheid vanuit allerlei perspectieven te onderzoeken, dan noemt Zelfregie 3.3 je Denkraam een Dansend Denkraam. Weiger je ook gebruik te maken van wisselende 'camera's' en houd je vast aan die ene door jouw gecreëerde werkelijkheid, dan heb je een Dwingend Denkraam. Dwingende en Dansende Denkramen hebben uiteraard beide hun voordelen. Dwingend Denkramen ondersteunen een doelgerichte manieren van denken en handelen. Dansende Denkramen ondersteunen flexibel omgaan met veranderende omstandigheden. Het komt er alleen op aan of je bereid en in staat bent om als nodig naar een andere camera (Denkraam) over te schakelen.

Verschillen van mening en inzicht krijgen hierdoor direct een andere betekenis. Het gaat niet zozeer meer om wie gelijk of ongelijk heeft, maar veel meer welk verhaal, of welke versie van de werkelijkheid bestaansrecht heeft. Mag je met jouw verhaal afwijken van de het algemene, gangbare, dominante verhaal? Mensen zouden vaker anderen met afwijkende verhalen moeten uitnodigen. Hoe vaak komt het niet voor dat mensen (in hun werkomgeving) alleen die mensen om zich heen organiseren, die hen alleen maar bevestigen in hun verhaal. Met slechts ja-knikkers om je heen kùn je toch niet anders dan tot die ene conclusie komen? = Zie je wel, ik heb (altijd) gelijk!
In dit verband is de (management / leiderschap) stelregel over de houdbaarheid van management en leidinggevenden: bij zo'n 10 jaar aan de top dreig je de relatie met de reële wereld kwijt te raken, vooral als je geen alternatieve verhalen om je heen duldt.

Vraag jezelf maar eens af welke andere perspectieven, kansen en mogelijkheden je door het uitblijven van alternatieve verhalen hebt gemist. Dit brengt mij tot de oproep om in 2016 het verschil te kunnen maken:
1. Nodig rebellen uit en luìster naar hun verhalen.
2. Verplaats je in mensen op andere posities, zowel binnen als buiten de organisatie
3. Maak je (professionele) werkelijkheid dynamischer, effectiever en rijker door je verhalen vloeibaar en je denkraam dansend te maken en te houden.

Wat zou het in allerlei zakelijke en maatschappelijke situaties hebben geleverd, als er naast het dominante verhaal ook ruimte zou zijn geweest voor het alternatieve verhaal? Wat als beslissers genoemde drievoudige oproep hadden gevolgd?

Een paar voorbeelden: De opvang van vluchtelingen in Europa en gemeente. Banken schipperend tussen crisis en vertrouwen. De teloorgang van ketens als V&D, MacIntosh, etc. Software gesjoemel bij VW: spagaat tussen commercie en milieuregelgeving. De diverse glazen hoger management plafonds. Zorgstelsel commercialisering: kiezen tussen goedkope polis (geld) en goede zorg (kwaliteit). Kansen voor oliemaatschappijen in een fossiele brandstof-arme wereld. etc, etc.

Van "Ik heb gelijk-verhalen",via "Wat als....-verhalen" naar "We gaan het verschil maken!-verhalen". Zelfregie 3.3 helpt daarbij.

Groningen, 4 januari 2016. Marcel van der Pol.

dinsdag 8 december 2015

Workshop (pe): Outside the Box Tool voor Coach, Supervisor, etc

Aanbod: Workshop met Marcel van der Pol, Keridwen.Er zijn nog plaatsen!
Praktische (zelf) inzichten en creatieve vaardigheden vanuit de theaterregie: de supervisor/coach als professional, als persoon en als regisseur. Trefwoorden: zelfregie, transitie en transformatie, perspectiefwisselingen, creatieve werkvormen.

Praktisch
Wat: Workshop voor supervisoren en coaches (met LVSC pe-punten!)
Wanneer: 16 december, 13.30 - 17.30.
Waar: Seats2Meet Groningen.
Investering (nu met Gwion-korting!): 90 euro [ex BTW]
Aanmelding/Informatie: contact

Overzicht van onderwerpen & thema's
• De supervisor als professional, als regiseur en als persoon
• De betekenis van transitie en transformatie voor de supervisor
• Supervisie in een "grote" wereld vol onzekerheden
• Zelfregie 3.3-vaardigheden voor de supervisor
• Horizontale (posities) en verticale (ik- wereld) perspectiefwisselingen
• Werken met de toneel-metafoor in supervisie: de superivisor als regisseur, als speler en als publiek.
• Toepassing van theaterwerkvormen en creatieve, fysieke werkvormen.

Aanpak en opbouw
De aanpak van deze workshop/training ligt vooral op doen, ervaren en experimenteren: uitgespeelde metaforen, praktische aan het theater ontleende oefeningen, perspectiefwisselingsexperimenten, zelfreflectieopdrachten en uitgebreide regie-feedback en afgewisseld met korte gerichte theoretische onderbouwing.

Onderbouwing
Voor de theoretische onderbouwing van deze workshop wordt verwezen naar het boek Zelfregie 3.3: wie durft te dwalen vindt nieuwe wegen, van Marcel van der Pol. Een uitgave van Keridwen (2015). Aanvullende info & kopen.



woensdag 2 december 2015

#TwistQuote als hulp bij vergroten denkraam


Het is vrijwel onmogelijk om problemen op te lossen met dezelfde wijze van denken als waardoor ze zijn ontstaan! Je hebt een ander denkraam, liefst een groter, flexibel denkraam (ik noem dat een dansend denkraam), nodig om vraagstukken adequaat aan te kunnen pakken. Dat betekent eveneens (hoe lastig dat ook kan zijn), dat je oude denkpatronen soms los moet kunnen laten, vooral als ze nieuwe wijze van denken in de weg staan. Kortom, een verandering van bewustzijn is nodig om met een frisse blik naar de wereld te kunnen kijken.

Openstaan voor nieuw denken en loslaten van oud denken. Er zijn zóveel manieren om dat te doen. Het Creatief Denken (of Creatieve Probleemoplossing) heeft de niet voor niets een enorme vlucht genomen! Bij Keridwen focussen we primair op het uitnodigen en uitdagen van mens en organisatie om vanuit wisselende perspectieven naar der werkelijkheid te kijken (bijv. verticaal, horizontaal of spiraalgewijs).

Juist die wisseling van perspectief brengt allerlei bewegingen in denken op gang. Een vernieuwd denkraam ontstaat: ruimer, flexibeler. Met nieuwe mogelijkheden om oude problemen op te lossen.
Bij Keridwen hebben wij dat als volgt samengevat: wie durft te dwalen vindt nieuwe wegen. (de kernleuze van het boek over Zelfregie 3.3).

Verruimen van denkramen door te spelen met perspectieven brengen we op dit moment ook op gang bij diverse maatschappelijke vraagstukken. We doen dat in de vorm van dialoogvoorstellingen.
In trainingen en workshops helpen we professionals, als docenten, mediators, coaches en adviseurs, te spelen met hun eigen perspectieven en leren hen op hun beurt hun klanten weer te helpen te spelen met hun perspectieven.
We ondersteunen mens en organisatie bij de aanpak van concrete vraagstukken. Op elk vraagstuk zijn meer perspectieven mogelijk met elk hun eigen oplossingen.


Het is echter ook zo heerlijk om van tijd tot tijd relatief kleine steentjes in de denkvijver te gooien. Losse gedachten, uitspraken en citaten, verzameld als tweets en updates op social media. Een #TwistQuote hebben we dat genoemd (voorheen: #NiceQuote). Het gaat hierbij niet om onze stellingen, meningen. Wij citeren als #TwistQuote, als een gedachte op de een of andere manier uitnodigt om even uit het vaste denkkader te stappen. Om even opnieuw en anders te denken. Misschien om tot een conclusie te komen (klopt het? ben ik het er mee eens? ...of niet?). Misschien om verder door te denken en nieuwe denkramen te ontdekken.

#TwistQuotes blijven komen op Twitter, LinkedIn, Google+ en Facebook (@keridwen, Keridwen, Marcel van der Pol) Lees ze met een milde glimlach. Geef jezelf te ruimte om je denkhorizon te verruimen. Wie weet vind je nieuwe wegen...

Groet!
Marcel van der Pol
www.KERIDWEN.nl



vrijdag 13 november 2015

Workshop (pe): Mediation & Vechtpatronen

Hoe haal je partijen uit hun vechtpatroon (met Zelfregie 3.3)?

2 december 2015, van 9.30 tot 17.00. Infrahuis, Leonard Springerlaan, Groningen. Voor Mediators en conflictbegeleiders. PE erkend door MfN: 6 punten, cat 1a. In samenwerking met Mediation Academie Groningen (Flyer Mediation & Vechtpatronen).
Investering: 375 euro. Aanmelding en vragen


Toelichting

In deze workshop gaan we een aantal praktische conflictsituaties benaderen vanuit de regie. Centraal staat het denken, voelen en handelen als een regisseur, waarbij een actueel conflict wordt behandeld als een regisseerbaar ‘theaterstuk’. Net als een theaterregisseur leer je vanuit verschillende perspectieven als deelnemer (Acteur) en beschouwer (Publiek) de dynamiek van een conflict te onderzoeken en vervolgens als empathische (Regisseur) adequaat aan te pakken. Uiteraard met in achtneming van neutraliteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Hiertoe wordt je in praktische oefeningen een aantal fijne kneepjes van het regisseursvak bijgebracht en toegepast op het voorbeeldconflict.


Het conflict wordt daadwerkelijk geanalyseerd als een theaterstuk, waarbij zowel de zichtbare gedragingen en interacties van de conflictpartijen, als de minder zichtbare emotionele onderstromen, leidmotieven, verwachtingen, dynamiek, spanning, tijd, plaats, ruimte, omgeving en achterban aandacht krijgen. Met hulp van praktische regietechnieken, ga je aan de slag (virtueel experimenteren, reëel toepassen).

Alvast ter inspiratie
Links naar # trailer, # pitch # blog en # boek

Begeleiding
Marcel van der Pol is onder meer mediator (opgeleid bij de Merlijn Groep, Nuland), conflictcoach, regisseur creatief & kritisch denken, regisseur professional performance en theatermaker. Hij combineert zijn wetenschappelijke achtergrond met zijn theaterpassie om mensen en organisaties te helpen hun vaste patronen los te laten, andere perspectieven te kiezen en nieuwe inzichten te ontdekken.

maandag 5 oktober 2015

Theatermetafoor om Vraagstukken op te lossen


Het is mij weer overkomen. Een tijdje geleden maakte Arend mij vol passie deel van zijn dromen en visioenen. Een paar dagen later sprak ik Berend, die mij met vergelijkbare passie zijn toekomstplannen ontvouwde. Arend en Berend kennen elkaar. Zij werken voor dezelfde organisatie. Je verwacht dan dat hun plannen enige verwantschap vertonen.  Arend en Berend lijken echter in twee verschillende werelden te leven, die elkaars bestaan grotendeels ontkennen. Ja zeker, ze gebruiken soms dezelfde woorden, ze spreken dezelfde taal. In beider betoog valt de naam van de organisatie veelvuldig en met grote enthousiasme. De naam van de ander valt zo nu en dan ook, niet vaak en meestal slechts om aan te geven dat de ander niet mee wil in de eigen ideeën.
Met opzet noem ik hier niet bij welke organisatie Arend en Berend werken, ook focus ik mij niet de op de inhoud van hun ideeën. Het komt zó vaak voor dat mensen het niet met elkaar eens zijn, persoonlijk,  professioneel, publiek en zakelijk. De vraag is hoe beiden met de tegenstellingen omgaan. Wat ik soms graag zou willen, is een vlieg op de muur zijn, als Arend en Berend met elkaar in gesprek raken. Welke plek zou ieder voor zich de ander gunnen? Zouden ze hun gesprek over de toekomst van de organisatie zien als een soort bokswedstrijd, waarin ieder voor zich probeert de overwinning binnen te halen? Dan hoef je je in ieder geval niet bezig te houden met afwijkende ideeën; het gaat alleen om gelijk krijgen, om winnen of verliezen, of op zijn minst een onbesliste wedstrijd.

In mijn positie als professionele vlieg aan de muur, kan ik kiezen hoe ik naar dit gesprek tussen Arend en Berend kijk en luister. Als ik mij verplaats in de rol van bondscoach, dan hoop ik dat mijn favoriet wint. Als scheidsrechter daarentegen ben ik benieuwd wie binnen de kaders de overwinning in de wacht sleept. Als directeur beslis ik wie gelijk krijgt (en dus wint). Als mediator help ik hen te komen tot een voor beiden acceptabele oplossing. ... Er zijn zóveel rollen waar je uit kunt kiezen!

Stel nou echter, dat ik kies voor de rol van regisseur. Dan zijn Arend en Berend twee acteurs in een theaterstuk. Dan is het niet belangrijk meer wie wint of verliest. Ze hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om er een mooie voorstelling van te maken. Daarbij mag ik hen als regisseur helpen om de sterren van de hemel te spelen. Het gaat dus niet langer om wie gelijk heeft. Sterker nog, als regisseur vind ik verschillen alleen maar interessant. Verschillen vormen de basis voor een boeiende voorstelling. In de ontmoeting tussen mensen met verschillende ideeën ontstaat de mogelijkheid tot iets nieuws, iets moois, iets zinvols...  mits de spelers bereid zijn die ontmoeting aan te gaan, ook al zetten ze de hakken daarbij in het zand. Dat is hun gezamenlijk verantwoordelijkheid, waarop ik als regisseur hen kan aanspreken. Ze hoeven het niet eens te worden. Ze hoeven geen dikke vrienden te worden. Arend en Berend hoeven alleen maar een mooie voorstelling te maken. Mijn taak als regisseur is het om ervoor te zorgen dat deze spelers optimaal spelen. Ik wil het hele toneel kunnen overzien en rekening houden wat er in de omgeving speelt: zowel bij het publiek, in de coulissen als in de buitenwereld. Waar nodig stuur ik wat bij of haal een deel van de buitenwereld naar binnen.

Als ik mijn comfortabele plek als vlieg aan de muur loslaat en bij Arend en Berend aan tafel ga zitten, dan ben ik niet alleen meer regisseur, dan ben ik ook speler in het theaterstuk geworden. Elke  professional (manager, coach, mediator, consultant, etc., etc.), die zichzelf regisseur of regievoerder voelt, wordt ook een van de spelers zodra hij het toneel opkomt. Dat is goed om jezelf te realiseren.

Eerlijk gezegd vind ik dat ook het mooie van mijn werk op basis van Zelfregie 3.3. Ik probeer in mijn werk altijd zoveel mogelijk theorieën en modellen los te laten en mijn klanten en hun vraagstukken metaforisch als theaterstuk te beschouwen, waarbij mijn klanten de spelers zijn en hun vraagstuk het thema van de voorstelling. Ik heb het voorrecht de regisseur te zijn, die als voornaamste taak heeft de spelers de sterren van de hemel te laten spelen (door hun vraagstuk op te lossen).
Als regisseur heb ik belangstelling voor mijn spelers. Ik verplaats mij in de afzonderlijke spelers en ben steeds benieuwd naar wat hen beweegt. Als ik bij hen aan tafel zit, ben ik mij terdege bewust van mijn eigen rol als medespeler. Ik moet dan niet alleen de anderen, maar ook mijzelf regisseren: wat is mijn rol in het geheel en hoe kan ik daarin het beste acteren?
Als regisseur ben ik ook gericht op wat er buiten het toneel gebeurt, in de zaal bijvoorbeeld. Wie vormen allemaal het publiek? Wie zijn de stakeholders? Ik wil mij verplaatsen in het publiek en door hun ogen naar de voorstelling kijken.  Wanneer worden zij geraakt, vinden zij het een mooie, zinvolle voorstelling?
Wat speelt er zich er in de coulissen af? Nèt buiten beeld voor het publiek, dus niet direct waarneembaar, maar toch met zoveel invloed op wat er op het toneel gebeurt. Souffleert er soms iemand? Wie dan? Welke speler? Welke andere nog niet zichtbare spelers staan te trappelen om op te komen?
Wat speelt zich verder weg, buiten het theater, af dat van invloed is op de voorstelling?

Een Arend en een Berend komen er meestal samen wel uit. Soms lukt dat zonder enige hulp van buitenaf. Soms is er wat ondersteuning nodig, een zetje in de goede richting met behulp van enkele regieaanwijzingen. Keridwen's Zelfregie 3.3 biedt veel mogelijkheden tot zulke regieaanwijzingen, gericht op de spelers zelf, gericht op het vraagstuk en gericht op context en setting. Zelfregie 3.3 kan Arend en Berend ook leren zelf de regie op zich te nemen. Het doel van Zelfregie 3.3 is altijd een mooie voorstelling te maken teneinde een vraagstuk (van welke aard dan ook) op te lossen.

Groningen, 5 oktober 2015
Marcel van der Pol

Zelfregie 3.3 - wie durft te dwalen vindt nieuwe wegen

dinsdag 29 september 2015

Denkramen & Vertrouwen (uit de Zelfregie 3.3 praktijk)



Als ik iets de afgelopen jaren heb geleerd, dan is dat zeker dat je naast modellen, technische details en bullit-lists het beste ook metaforen of verhalen moet vertellen, wil je werkelijk mensen raken  en doen begrijpen. Kortom: hier een verhaal over hoe de denkramen van mensen hun beleving van de werkelijkheid kunnen bepalen. Veel leesplezier! 



Soms gebeuren dingen waarvan je had gehoopt dat ze jou nooit zouden overkomen. Op een kwade dag ontdekte hij het grote verschil tussen de papieren en de reële werkelijkheid. Als pas benoemd penningmeester bladerde hij vol trots door de boekhouding  van de afgelopen jaren. Eerlijk gezegd had hij ook nooit verwacht dat hij zo jong als hij was in het bestuur zou worden gekozen. Het was dat zijn voorganger na jaren trouwe inzet voor de vereniging niet langer in staat bleek voldoende tijd te blijven vrijmaken voor deze verantwoordelijke functie. Privé had nu ook recht op zijn onverdeelde aandacht, noemde hij dat. Nu moest uitgerekend hij zo'n deskundig en ervaren iemand opvolgen. Hij was er blij mee en hij was er niet blij mee.
Zuchtend sloeg hij een bladzijde om en genoot daar opnieuw van de zakelijke ordening van al die eindeloze cijfers in hun strakke kolommen. De cijfermatige weergave van de werkelijkheid mocht voor een buitenstaander duf en saai lijken, voor hem was het bijna een magische formule aan de hand waarvan zij probleemloos het reilen en zeilen van de vereniging kon duiden. Alle intenties, goede bedoelingen, halfslachtige keuzes, rake beslissingen, overeenstemming of onenigheid tussen bestuurders lagen besloten in de cijfers op deze bladzijden voor hem. Als penningmeester 'las' je de cijfers: je begreep, je fiatteerde of corrigeerde...

En toen zag hij het opeens. Beter gezegd, hij zag het slechts half. Het ging in ieder geval om een bedrag van 43.785 euro. Het stond keurig vermeld bij zowel de inkomsten (verdeeld over 5 posten) als bij de uitgaven (2 posten). En toch ging er een alarmbelletje bij de kersverse penningmeester rinkelen. Er was iets met de toedeling van de posten en met de datering, die hem de wenkbrauwen deden fronsen. 43.785 euro! Straks was het verdwenen geld. Verkeerd gebruikt. Vals geboekt. Doorgesluisd. Verdonkeremaand. Fraude! Hij hield de adem in.

In een razend tempo bladerde hij door de boeken. Was dit vaker voorkomen? Zat er een patroon in? Hoe groot waren dan de bedragen? Hoe had zijn voorganger dàt kunnen doen? Hoe had hij slechts de gedachte in zichzelf toe kunnen laten?
Als een ontgoocheld mens sloot hij twee uur 's nachts de boeken en ging naar huis. De grote vraag werd, wat nu te doen?
Confronteer je je voorganger met je verdenkingen? Ga je er direct mee naar het voltallige bestuur? Of naar de politie; geef je hem aan? Echte concrete bewijzen had hij nog steeds niet gevonden. Het was echter wel onduidelijk waarom, welke bedragen wanneer precies waarvoor waren aangewend. Als verantwoordelijke penningmeester hoorde je dat te weten. Je hoorde in een oogopslag te kunnen zien hoe het financiële reilen en zeilen van de vereniging in elkaar stak. Eén vraag op de ALV van een oplettend verenigingslid en hij zou met zijn mond vol tanden staan.

Hij besloot de volgende dag reeds zijn voorganger te confronteren. Hij nodigde hem uit in een sober lunchrestaurant. Na zijn tweede glas wijn, bij het hoofdgerecht, zou hij zijn voorganger de hamvraag stellen. Na zijn eerste glas wijn verloor hij echter reeds de moed.
Twee financiële mannen zaten tegenover elkaar en praatten over het leven. Geen financieel cijfer kwam er aan te pas.
De nieuwe penningmeester dronk zijn tweede glas en staarde naar de man tegenover hem. Hij vroeg zich hoe zeer gepokt en gemazeld je moest zijn om met zo'n uitgestreken gezicht tegenover hem te kunnen zitten. Voor de naïeve toeschouwer was niets aan zijn voorganger te zien dat kon duiden op een frauduleuze inborst. Maar als je goed keek, en van een man in zijn eigen positie moest je dat ook kunnen verwachten, dan herkende je de subtiele signalen wel. De manier waarop de ander zijn glas hief en bijna gulzig de laatste druppels wijn naar binnen zoog. Het onrustige spel van zijn wenkbrauwen tijdens het praten. Zijn ogen die nooit langer dan een halve minuut op een punt bleven gericht. Zijn handen die te krachtig in elkaar grepen als hij luisterde
Aan het einde van de maaltijd wist de penningmeester genoeg. Voor hem was er voldoende bewijs. Quod erat demonstrandum. Hij wist wat hem te doen stond.

Beste lezer, op zich ben ik geneigd u nu te vragen wat u zou doen. Ik zou u vooral willen uitnodigen uw keuzes toe te lichten.
Echter voordat ik de kans kreeg u deze vraag te stellen en vervolgens uw keuzes af te zetten tegen de keuzes van onze penningmeester hadden de volgende gebeurtenissen mijn uitnodiging al achterhaald:

Het was voor onze penningmeester al duidelijk wat hij de volgende dag zou moeten doen. Het voltallige bestuur in kennis stellen van wat hij had ontdekt, wat de consequenties ook zouden zijn. Fraude mocht en kon niet worden gedoogd.
Die nacht staarde hij voor een laatste keer in de boeken, bladerde ogenschijnlijk gedachteloos door de gemaltraiteerde jaarcijfers...  en toen zag hij het opeens. Hij zag het glashelder voor zich. Het patroon. De verwijzingen. De posten en kruisposten. De ratio achter het handelen van zijn voorganger. Alles viel opeens op zijn plek. Opgelucht haalde hij adem. Elke cent bleek tot achter de komma te zijn verantwoord. Een zeurende hoofdpijn verdween als  sneeuw voor de zon. Met een brede glimlach viel hij boven zijn boeken in slaap.

Toen hij de volgende ochtend wakker werd, haastte hij zich naar buiten om zichzelf te trakteren op een verse cappuccino met kaneel. Tot zijn verrassing zag hij aan de overzijde van de straat zijn voorganger voorbij lopen. Hij bleef staan en keek de ander aandachtig na. Hij begon langzaam en instemmend met zijn hoofd te knikken. Als je hem zo zag lopen aan de overkant, in een rustig, ontspannen en uitgebalanceerd tempo het ene been voor het andere plaatsend dan kon je zeker concluderen: wat is die man in één nacht in  zijn voordeel veranderd.

Marcel van der Pol
Groningen